Een stukje geschiedenis over scouting

Sir Robert Baden-Powell ROBERT BADEN POWELL, militair in hart en nieren, was ook schrijver. Een van zijn boeken Aids to scouting was voor de verspieders in het leger. Dit boek deed tot zijn grote verbazing veel opgang bij de jongens in Engeland. Het boek werd bij duizenden door hen gekocht om een spel te spelen, het spel als B. P. scouts. In 1907 werd een proefkamp op Brownsea Island gehouden met 24 Londense jongens. De bestaande jongensorganisaties in de YMCA en de Boys Brigade steunden dit experiment. Naar aanleiding van dit kamp en door de grote verkoop van het boek schreef Baden Powell een jongensversie op het boek n.l. Scouting for Boys. Daarmee was de padvindersbeweging geboren!

In Nederland, te beginnen in Amsterdam en Den Haag, ontstonden in 1910 de eerste padvinderstroepen. In 1910 startte in Londen ook de eerste meisjesgroep onder leiding van B.P.'s zuster Agnes. In ons land was dit in 1911. In allerlei landen ontstond zo de padvindersbeweging voor jongens en meisjes.

In 1915 werd de Vereniging De Nederlandse Padvinders (NPV) opgericht. In 1916 werd de Nederlandse Meisjes Gilde, later (1930) Nederlandse Padvindsters Gilde (NPG), geheten, opgericht. Vanuit de CJMV ontstonden ook de X (= Chr.) groepen, die zich federatief bij de NPV aansloten. Ook bundelden de R.K. jongensgroepen zich in de Vereniging Katholieke Verkenners (KV). Op internationaal niveau verenigden zowel de jongens- als de meisjesgroepen zich in internationale verbanden, respectievelijk in 1920 en 1932.

Gedurende de tweede wereldoorlog werd de padvinderij door de Duitse bezettingsautoriteiten verboden.

In 1945 verenigden de R.K. meisjesgroepen zich in de Nederlandse Gidsenbeweging (NGB), een vierde loot aan de stam. Na de bevrijding ontstonden meerdere padvindersgroepen.

In de eind vijftiger en zestiger jaren bleven de vier bewegingen doorgaan. De landelijke organisaties werden meer en meer deel van het landelijke sociale en culturele leven. De algemeen maatschappelijke ontwikkeling was aan een versnelling onderhevig. Vernieuwing was het devies. Jongere generaties kwamen met een nieuwe aanpak.

Ouder scouting logo Ook binnen de padvindersbeweging groeide een nieuw besef. Steeds meer en steeds sterker deed de vraag opgang of de vier verenigingen gescheiden moesten blijven. Na 3 jaar intensief overleg kwam het op 6 januari 1973 tot een fusie door oprichting van een vereniging Scouting Nederland. Zo ontstond een nieuwe vereniging van 100.000 jeugd - en kaderleden. Nu, begin 2006, is dit aantal ongeveer 110.000. Ruim 90.000 jeugdleden en zo'n 20.000 kaderleden vormen zij Scouting Nederland. Wereldwijd zijn er 32 miljoen Scouts in meer dan 160 landen.

Ook de doelstelling van deze grote jeugd - en jongerenorganisatie werd aangepast. Zij luidt thans: "De vereniging Scouting Nederland stelt zich ten doel: het bieden van een plezierige beleving van de vrije tijd aan jongens en meisjes, waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de vorming van hun persoonlijkheid".

 

De spelgebieden

    De activiteiten kunnen worden samengevat in een aantal spelgebieden:
  • - ontdekken: heemkunde (je eigen omgeving kennen), zwerftochten.
  • - buitenleven: kamperen en bivakkeren, natuur- en milieukennis, houthakken, omgaan met bijl en mes, vuren, koken, pionieren, het leren knopen, kaart en kompas.
  • - expressie: laat zien wat je bent (handenarbeid, schetsjes)
  • - sport en spel: binnen-, buiten-, bos- en stadsspelen, diverse sporten.
  • - dienstvaardigheid: E.H.B.O., open oog hebben om de ander te helpen.
  • - persoonlijke interesses: hoewel niet zozeer een spelgebied, maar toch wel apart. Deze kunnen zowel in groepsverband als individueel nagestreefd worden door het behalen van vaardigheidsinsignes.
Deze activiteiten worden beoefend tijdens onze wekelijkse bijeenkomsten trainingen, kampen, wedstrijden en deelname aan niet scoutingactiviteiten, die overigens wel aansluiten bij de doelstelling.

Gebruiken zoals de wet e.d.

Een lid behoort, na de installatie, pas echt tot de groep/speltak. Dit is een specifiek gebeuren voor elke speltak en in het bijzonder voor het lid zelf. De wet en belofte vormen hierin een belangrijk onderdeel. Iedere speltak heeft naar leeftijdsgroep een eigen wet en belofte, die in het algemeen genomen toch dezelfde inhoud hebben. In de wet en belofte komen duidelijk naar voren hoe scoutingleden hun plaats willen innemen in onze samenleving. Hoe zij willen omgaan met andere mensen en hoe zij aan deze wereld willen bijdragen, of zoals Baden Powell eens zo treffend gezegd heeft hoe wij "de wereld een beetje beter willen achterlaten dan we hem hebben aangetroffen". Met de leeftijd neemt de inhoud van de wet en belofte toe.